Met het verstrijken van de winter kijken we allemaal uit naar de dagen waarop het licht langer schijnt. Ook de zon die af en toe tevoorschijn komt zorgt voor een aangename verlichting in de donkere dagen van de afgelopen maanden.

Met het verschijnen van het licht komt ook de natuur weer tot leven. We merken het aan de krokusjes die samen met de narcissen her en der komen piepen, de bomen die terug beginnen te botten en in bloesem schieten.
Ook ons levensritme begint weer op gang te komen, zoals de dieren ontwaken na hun winterslaap. Met de lente komen kleur en geluid weer terug. Vogels zingen weer in de ochtend, de lucht ruikt frisser na een bui en ook het groene gras lijkt een tint dieper. Onze zintuigen worden weer wakker, we zetten de ramen weer open, wandelen vaker en blijven zelfs langer buiten omdat het langer licht blijft. Er is een gevoel van ruimte.
De natuur in groei geeft ons vaak ook de neiging tot opruimen, plannen maken, opnieuw beginnen. Het sociale leven komt weer op gang, activiteiten worden georganiseerd, we gaan weer op zoek naar verbinding met de anderen. Een terrasje doen, wandeling in de natuur, buiten sporten, … We hebben meer energie om naar buiten te komen en ook onze stemming verbetert.
Tegelijk brengt de groeiende natuur voor sommigen onder ons ook wat ongemakken met zich mee. De tijd van de pollen en bijhorende allergieën is ook aangebroken.
Het ontwaken van de natuur is dus niet voor iedereen hetzelfde, het kan opladen maar ook uit balans brengen.
Kijk met dankbaarheid naar de natuur: want wanneer de natuur ontluikt, herinnert ze ons aan ritme en herstel. De terugkeer van het licht, groen en leven nodigt uit tot vertragen, kijken en meebewegen. In die spiegel van het seizoen vinden veel mensen een vorm van hernieuwde aandacht – voor hun omgeving, hun lichaam en wat opnieuw kan beginnen.

Geef een reactie